DE BORDENWASSER

Zoals alle leden van onze Stichting en ook vele anderen bekend zal zijn, verheugen wij ons in Santpoort over
een prachtige door ANWB-borden aangegeven wandelroute, die door ongerept natuurschoon en langs
mooie en interessante gebouwen en andere bezienswaardigheden voert. Genoemde borden kunnen worden
onderverdeeld in twee verschillende soorten en wel de zes-hoekige kleine, meestal aan lantaarnpalen
bevestigde crèmekleurige exemplaren met bruine rand en richtingpijlen, alsmede de grotere geheel bruine
borden, waarop nadere bijzonderhe-den met betrekking tot het onderhavige object staan vermeld.

Vele leden van de Stichting alsmede ook wandelaars in het algemeen zullen zich wellicht niet realiseren dat
deze borden periodiek moeten worden schoongemaakt, opdat zij leesbaar blijven. Dit schoonmaken nu
geschiedt door een bordenwasser.

Voor sommige lezers zal dit wellicht een nieuwigheid zijn en zij zullen zich daarom afvragen wie deze
bordenwasser dan wel mag zijn. Wel, het antwoord zal hen verbazen, want dat kan iedereen zijn. Iedereen
die zich op basis van al dan niet vermeende geschiktheid voor deze niet te onderschatten taak aanmeldt,
zoals ook ik heb gedaan en die in de uitoefening van de daar-aan verbonden werkzaamheden als beloning de
meest vermakelijke ervaringen opdoet. Erva-ringen die ik geïnteresseerde lezers niet wil onthouden.

Voorafgaand aan een opsomming van een aantal soms hilarische wederwaardigheden wil ik eerst even verslag
uitbrengen over de aan een bordenwasser gestelde eisen, opdat een juiste en vakkundige behandeling van
de eigendommen van de Stichting kan worden gegarandeerd.

Zo dient de uitverkorene in de eerste plaats een goed ontwikkeld gevoel voor netheid te bezit-ten en onderscheid
te kunnen maken tussen een zwaar, een iets minder zwaar, in enkele ge-vallen een slechts betrekkelijk licht
en, hetgeen helaas als een utopie moet worden beschouwd, in een uitzonderlijk geval een in het
geheel niet vervuild bord. Vervolgens dient hij op vak-kundige wijze te kunnen omgaan met zeemleren lap en
boender en mag hij in het bijzonder geen afkeer hebben van en niet allergisch zijn voor met een afwasmiddel
van goede kwaliteit vermengd kraanwater. Tenslotte dienen de bordjes na zoveel mogelijk in de
oorspronkelijke staat te zijn teruggebracht te worden ingesmeerd met een anti-graffitimiddel, zonder
toepassing waarvan zij bij een volgende schoonmaakbeurt dusdanig zwaar vervuild of beschadigd zouden
kunnen zijn, dat de leesbaarheid ervan absoluut niet meer zou kunnen worden gegarandeerd.

Kortom, een bordenwasser dient een allround materiaalkennis en een gedegen opleiding op het gebied van
oppervlaktebehandeling te hebben genoten. En daarbij heb ik dan bewust nog niet gesproken over de
technische vaardigheden, waarover hij dient te beschikken in die gevallen, waarin de desbetreffende bordjes
van beide categorieën bij de voorgenomen reiniging als ge-volg van subversieve acties om het even van
vandalen of souvenirjagers geheel blijken te ont-breken en ijlings dienen te worden vervangen, opdat
wandelaars niet gaan lopen ronddolen en in sommige uitzonderlijke gevallen als gevolg van eventueel
plotseling ingevallen slechte weersomstandigheden of duisternis in uiterste wanhoop een beroep op
voorbijgangers of bij gebreke daaraan zelfs met behulp van hun gsm op de politie zullen moeten doen.

Na al deze in de ogen van enkele ongeduldige lezers wellicht ietwat overbodige bijzonder-heden ben ik nu
dan toch van mening dat ik kan overgaan tot beschrijving van de hierboven reeds aangekondigde, door mij
opgedane interessante ervaringen.

Zo werd ik tijdens mijn werk eens aangesproken door een uiterst vriendelijke dame, die graag had geweten
wat ik met het op dat moment door mij onder handen genomen bordje precies aan het doen was, voor
wie ik dat deed en met welk oogmerk ik dat deed. De lang niet onaan-trekkelijke dame in kwestie bleek met
het door mij gegeven antwoord dusdanig content te zijn dat ze mij uitnodigde tot het drinken van een kopje
thee bij haar thuis, een geste waarvoor ik om uiteenlopende redenen, doch zeer zeker wegens tijdgebrek heb
gemeend te moeten be-danken.

Bij een andere gelegenheid heeft een evenmin onaantrekkelijke dame (ik wil geen onderscheid maken) mij
eens een naar haar mening beter aan de gestelde eisen voldoend reinigingsmiddel aangeboden toen zij
met recht meende te moeten vaststellen dat ik een zwaar vervuild bordje niet vlekkeloos schoon wist te krijgen.

Het resultaat was verbluffend en ik ben uiteraard ogen-blikkelijk tot gebruik van het door de betrokken dame
aanbevolen betere afwasmiddel over-gegaan. Het zal de lezers duidelijk zijn dat ik het merk van het middel in
kwestie op deze plek niet mag vermelden om niet met de Reclamecodecommissie in conflict te geraken. Maar
er waren ook minder geslaagde ontmoetingen met voorbijgangers. Zo was daar eens een oudere heer,
die zijn hond aan het uitlaten was en mijn handelingen naar ik meende te kunnen vast-stellen en passant
reeds geruime tijd met argusogen in de gaten had lopen houden. Op een gegeven moment besloot de man
de hem ongeoorloofd voorkomende werkzaamheden niet langer te moeten tolereren en tot actie over te
gaan. Hij gelastte mij ogenblikkelijk met mijn handen van de volgens hem aan de ‘een of andere wandelclub’
toebehorende bordjes af te blij-ven, aangezien hij zich anders genoodzaakt zou zien de politie van mijn
handelen op de hoogte te stellen. Ik wil niet nalaten hierbij als mijn oprechte mening naar voren te brengen
dat ik al lang blij was dat de man niet tot handtastelijkheden overging en ik haastte mij daarom hem
ogenblikkelijk uitvoerig over het doel en nut van mijn doen en laten in te lichten. Mijn uitvoe-rige uitleg
werd echter geheel door hem van de hand gewezen met de bewering dat ‘iedereen dat wel kon zeggen en
dat ik moest maken dat ik weg kwam’, waarna hij kennelijk meende voldoende hard te zijn opgetreden,
want opeens was hij uit het gezicht verdwenen zonder dat enig politioneel optreden het gevolg was.

Een werkelijke confrontatie met de politie staat echter ook in mijn annalen opgetekend en wel toen er
plotseling een met twee agenten bemande politieauto stopte naast de lantaarnpaal met een daaraan
bevestigd bordje van de Stichting, dat ik op dat moment juist aan het reinigen was. Eén van de
gezagsdragers stapte uit en stelde de in het politiejargon zo populaire vraag ‘Mag ik ook vragen wat
wij aan het doen zijn?’ Aangezien ik over het algemeen graag bereid ben mij aan de manier van optreden
van anderen, en zeer zeker aan die van de politie, aan te passen meende ik te kunnen antwoorden met
‘Dat mag u, wij zijn dit bordje aan het schoonmaken’ maar toen ik aan de hand van ’s mans
gelaatsuitdrukking al snel de indruk kreeg dat hij de ver-meende humoristische tendens van mijn antwoord
niet vermocht in te zien en tevens om een eventueel escalerend conflict te voorkomen, voegde ik daar
enkele tellen later op vertrouwe-lijke toon aan toe ‘in opdracht van de Stichting Santpoort; u kent die wel’.
Dit nu bleek inderdaad een afdoende verklaring, want de wetsdienaar stelde geen verdere vragen meer,
wenste mij veel succes met de uitvoering van mijn werkzaamheden, nam vriendelijk afscheid en stapte
weer in zijn auto, ijlings op zoek naar eventueel andere onrechtmatigheden, misdra-gingen of soortgelijke
overtredingen.

Ik hoop er aan de hand van hierboven beschreven gebeurtenissen in geslaagd te zijn de lezer een afdoende
inzicht in de lotgevallen van een bordenwasser te hebben verschaft en spreek tevens de hoop uit dat er nog
lang door velen op een prettige wijze van de uitgestippelde wandeling mag worden genoten.

Piet Buijtenhuis, de bordenwasser van de Stichting Santpoort (overleden 2011)