De Zandpoort “Bloeiend Santpoort”

 

Op 16 december wordt de nieuwe De Zandpoort met een feestelijke presentatie gepubliceerd. De Zandpoort no. 31 vertelt de geschiedenis van de tuinbouw in Santpoort. De Zandpoort is vanaf dinsdag 19 december te koop bij Bredero Boeken in Santpoort-Noord.

Santpoorters hebben generaties lang hun boterham in de sierteelt en in de groenten- en fruitteelt verdiend. Al in de 17e eeuw was de Velserkers beroemd. De groenten en het fruit gingen over het voormalige Wijkermeer per boot richting Amsterdam. In de 19e en 20ste eeuw waren vooral de bloembollen en aardbeien economisch van belang. Want daar was veel handel in, ook internationaal.

Aardbeienteelt
Iedereen die een stukje tuinbouwgrond bezat was betrokken bij het telen van aardbeien. Bekende Santpoortse aardbeienkwekers waren bijvoorbeeld de families Molenaar, Sintenie, Gozeling, Nijssen, Warmerdam, Kuil, Uitendaal en Van der Vlugt. Kinderen speelden bij de pluk een grote rol. Nog ‘s morgens vóór schooltijd hadden zij al een pluksessie achter de rug. Als de nood hoog was in het plukseizoen, kregen zij plukverlof. Aangezien de meisjes geen lange broeken mochten dragen, waren zij gehuld in een zg. “kruipjurk” om de knieën te beschermen. De tuinders trokken met hun oogst, vaak geladen op handkarren, honden- of ezelkarren naar de veiling. Deze lag aan de Breestraat in Beverwijk, waar het dan een drukte van belang was. Veel aardbeien waren voor de export. In 1909 vertrokken maar liefst 600 wagonladingen aardbeien richting Duitsland, een van de grootste afnemers. De aardbeientelers waren afhankelijk van één oogst per jaar. Zij hadden daarom vaak iets naast deze nering, zoals bloemen, bloembollen of wat vee om daarvan de melk en/of eieren uit te venten. Ondanks de binnenlandse en buitenlandse afzet was het een hard bestaan.

Bloembollen
In de 18e eeuw werd Haarlem centrum van de bollenteelt. Vanaf 1850 was er een sterk groeiende vraag, ook in de buurlanden. De grote blekerijen in Santpoort waren in die tijd juist op hun retour. De gronden werden verkaveld. In Santpoort Zuid, de toenmalige buurtschap Jan Gijzen, ontstonden de bloembollenkwekerijen vooral aan de westelijke kant van de Jan Gijzenvaart. In het huidige Santpoort Noord lagen de bollenvelden rond de molen, westelijk van de Kerkweg, rondom de Dreef en in de Biezen. Overal kwamen er bollenschuren. Vanaf 1860 tot 1914 was er in de bloembollensector een opgaande lijn. In de Eerste Wereldoorlog stokte de groei. Door groente te verbouwen hielden tal van bedrijven het hoofd boven water. In de jaren twintig ging het weer voorspoedig met de bloembollensector. Er verrezen overal in de bollenstreek prachtige bollenschuren en chique villa’s. In Santpoort was ervan deze “bollenadel” echter geen sprake. Hier zijn de selfmade bollenkwekers te vergelijken met hardwerkende MKB-ers. In de bollenteelt was er tot in de 20e eeuw weinig mechanisatie. Het was zwaar werk. Eind 19e eeuw waren werktijden van 5 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s avonds heel gewoon, 6 dagen per week.
Na de grote bloei van de jaren 20 waren er weer perioden van neergang in de grote crisis van de jaren dertig en tijdens ’40-’45. Tot ruim na de Tweede Wereldoorlog de bloembollencultuur zijn stempel drukken op de samenleving in de twee dorpen van Santpoort.

Het waren ondernemers en aanpakkers. De tuinbouw in Santpoort was eeuwenlang een bloeiende sector door de inzet van vele generaties kwekers. Er was veel ondernemerschap en experimenteerlust. Sommige kwekers gingen over op de verkoop aan particulieren. Denk aan Van Duijn, Gozeling, Haan en bijvoorbeeld Jonker. Tabernal werd een belangrijke leverancier voor de tuinbouwers.

Na de jaren zestig kwam er een einde aan de nadrukkelijke aanwezigheid van de tuinbouw in Santpoort. De Zandpoort staat vol verhalen over vele jaren bedrijvigheid met bekende Santpoortse kwekerfamilies als Nijssen, Molenaar, Handgraaf en anderen. Wij hebben er hier twee uitgekozen, over de familie Nijssen en over Tabernal.

Nijssens in de bollen
Jacobus Nijssen kweker koopt in 1902 voor 5.700 gulden een perceel langs de Rijksstraatweg (nu Rijksweg). Hij bouwt er een huis, Rijksweg 297, met opslagruimte en schuur en sticht er een bollenkwekerij. Na 24 jaar komt Jacobus jammerlijk om het leven door met paard en wagen tegen de stoomtram te rijden, die toen door Santpoort reed. Zijn zoon Anton neemt de kwekerij over. Anton blijkt een jongen wie het ondernemerschap in het bloed zit; hij experimenteert al vroeg met gewassen. Zo tracht hij met het broeien van bollen de bloei van bloemen te versnellen. In 1920 koopt hij het perceel Hofgeestereinde aan, waardoor zijn bedrijf ruim twee keer zo groot wordt. Rond de jaren ’20 ontstaat ook steeds meer samenwerking met zijn halfbroer Piet Nijssen. Deze start In 1914 zijn kwekerij in Velseroord, het huidige IJmuiden-Oost. In 1926 besluiten zij samen te gaan in de firma Gebr. A. en P. Nijssen. Ze zijn zeer succesvol in het steeds vroeger op de markt brengen van bolbloemen, het verbeteren van de kwaliteit en de werkwijze en het kweken. Als de broers in 1941 besluiten uit praktische overwegingen uit elkaar te gaan, worden A. Nijssen & Zn en P. Nijssen & Zn opgericht. Beide bedrijven zijn uitzonderlijk succesvol zowel in de kwaliteitsverbetering als in de internationale handel.

Tabernal: van groente, zaden, rietmatten en ijzerwaren
Koopman Arend Johannes Gaijkema koopt de buitenplaats Thorn, het voormalige Huis ten Bilt, ter hoogte van de Overbildtweg. Gaijkema laat de eerste velden aardbeien in Santpoort aanleggen. Ook wordt er groente verbouwd. Gaijkema wil experimenteren met groenteteelt. Antonie Tabernal uit Beverwijk meldt zich en krijgt een groot stuk grond in pacht. Tabernal is van huis uit groentekweker en blijkt een echte ondernemer. Zijn oogst aan groente en aardbeien brengt hij persoonlijk per handkar helemaal naar Amsterdam. Daar bouwt hij een grote klantenkring op. Santpoorters vragen hem op de terugweg artikelen mee te nemen, die hier niet verkrijgbaar zijn. In 1889 koopt hij een stuk grond, dat zich bevindt tussen Hagelingerweg en de huidige Hoofdstraat. Daar laat hij een huis bouwen: Hagelingerweg nr. 28 en start een zaadhandel. De handel loopt voorspoedig. Het bedrijf ontwikkelt zich tot handel in pootgoed, bloementeelt en –handel, handel in kunstmest en bestrijdingsmiddelen, gereedschappen voor land-, tuinbouw, bloemisterij en tot slot de ijzerhandel. De firma Tabernal wordt een belangrijke leverancier voor de tuinders in Santpoort en omgeving. In 1989 sluit de winkel in Santpoort, En daarmee verdwijnt een markant stukje middenstand. Het pand zal uiteindelijk aan de DEKA-markt huisvesting bieden.

Comments are closed.